Interessant: tweets waarbij prijzen te winnen zijn

Op twitter zie ik ze regelmatig voorbijkomen: onder de eerste zoveel nieuwe volgers verloten we mijn nieuwst boek of bijv. een gratis coachingssessie. Maar ook: “re-tweet dit bericht en wellicht win jij de volgende prijs.”

De vraag is of dit soort acties altijd zomaar zijn toegestaan?

Wet op de kansspelen
De Wet op de Kansspelen verbiedt het zonder vergunning gelegenheid geven om mee te dingen naar prijzen. Je hebt dus in principe een vergunning nodig om een kansspel te mogen aanbieden. Hierop bestaan 2 uitzonderingen.
1. wanneer er eigenlijk geen prijzen worden uitgegeven (mag ook niet verkapt)
2. wanneer het kansspel niet voor publiek is opengesteld en ook niet bedrijfsmatig wordt georganiseerd (bijv. een spel met en voor vrienden)

Bij de door mij aangehaalde voorbeelden worden wel degelijk prijzen uitgegeven. Het is dan dus de vraag in hoeverre het kansspel (de loterij) bedrijfsmatig wordt aangeboden. Alleen wanneer het kansspel op persoonlijke titel wordt georganiseerd (de prijs dus ook niet wordt uitgegeven door een bedrijf maar door een natuurlijke persoon) en niet voor publiek is opengesteld, zou het toegestaan zijn.

De volgende vraag is dan of twitterberichten voor het publiek zijn opengesteld. Zoals Arnoud Engelfriet in zijn blog al vermeldde is een twitterbericht in principe voor iedereen leesbaar (tenzij iemand zijn tweets afgeschermd heeft).

De voorbeelden die hierboven worden beschreven vallen alleen hierom al niet onder de uitzonderingen die genoemd worden in de Wet op de kansspelen.

Promotionele kansspelen
Wanneer dus door iemand via een twitterbericht een prijs te winnen valt is dit dus in principe verboden onder de Wet op de Kansspelen. Eventueel is het mogelijk dat dergelijke acties zijn toegestaan als promotioneel kansspel. Een promotioneel kansspel is het, bij wijze van promotie, geven van gelegenheid om mee te dingen naar prijzen. Promotionele kansspelen mogen uitsluitend ter promotie van een product, dienst of organisatie dienen. Als aanbieder mag je maximaal éénmaal per jaar per product, dienst of organisatie een promotioneel kansspel aanbieden.

Gedragscode Promotionele Kansspelen
In de Gedragscode Promotionele Kansspelen zijn de voorwaarden vermeld waaronder een dergelijk kansspel is toegestaan. In mijn eerdere blog van 15 juli 2010 heb ik enkele voorwaarden vermeld. De aanwijzing van de winnaars moet door enige kansbepaling gebeuren waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen. De totale economische waarde van de beschikbaar gestelde prijzen of premies per promotioneel kansspel bedraagt maximaal € 100.000,- per jaar. Er dienen algemene spelvoorwaarden te worden opgesteld.
De aanwijzing van winnaars dient op onpartijdige wijze te geschieden. Op meerdere manieren kan het begrip ‘op onpartijdige wijze’ worden ingevuld bij het toekennen van prijzen door:
a. een notaris;
b. een gerechtsdeurwaarder;
c. een persoon die geen direct belang heeft bij de aanbieder of het aangeboden spel;
d. een instrument (bijvoorbeeld een computer) dat op onpartijdige wijze tot aanwijzing van winnaars kan komen.

Voor meer informatie zie de site van de overheid.

Conclusie
De twittervoorbeelden zoals hier beschreven zijn dus ook zeker niet zonder meer toegestaan. Men dient te voldoen aan de Gedragscode Promotionele Kansspelen. Als hier niet aan wordt voldaan is dit een schending van de Wet op de Kansspelen met alle mogelijke gevolgen (straffen/boetes) van dien.

Weet u met wie u zaken doet op internet?

Tijdens een interessante netwerkbijeenkomst waarbij ik werd geïnterviewd op het gebied van het tot stand komen van contracten en algemene voorwaarden kwam een van de aanwezigen met een interessante vraag waar ik even dieper op in ga.

Hoe ver moet je als dienstenverrichter gaan om de partij met wie je zaken doet te identificeren en hoe zit het met aansprakelijkheden als later blijkt dat de gegevens niet juist waren. “In real life” (irl) zoals het zo mooi heet is dit nog wel mogelijk maar op internet valt dit niet altijd mee.

Privacy was uitgangspunt

Lange tijd was recht op regie over je persoonsgegevens op internet het uitgangspunt Volgens hoogleraar Corien Prins komt een dergelijke recht op de regie over persoonsgegevens in de buurt van een recht op anonimiteit. (“What’s in a name? De juridische status van een recht op anonimiteit.”) Inmiddels is steeds meer duidelijk geworden dat privacy weliswaar erg belangrijk is maar dat dit nog zeker niet het recht geeft op anonimiteit. Je ziet dat de regelgeving hierin probeert te voorzien.

Wetgeving

Een bedrijf is verplicht om bij het aanbieden van een elektronische dienst zijn identiteit, vestigingsplaats en KVK-nummer te melden (artikel 3:15d BW).

Maar als iemand niet handelt als bedrijf is het mogelijk om vrij anoniem te blijven op het internet. In dat geval is iemand alleen te achterhalen via zijn IP-adres en alleen de provider weet welk IP-adres bij welke persoon hoort. In speciale gevallen kan de provider verplicht worden gesteld de NAW-gegevens van de desbetreffende persoon kenbaar te maken.

Handelsregisterwet

Voor iedereen met een inschrijving in het handelsregister geldt bovendien vanaf 1 januari 2006 dat zij verplicht zijn het KvK-nummer te vermelden op alle uitgaande correspondentie. Dit volgt uit de wijziging van de Handelsregisterwet. De achtergrond van deze wijziging is dat de contractspartij eenvoudig te identificeren moet zijn voor de wederpartij.

In theorie zou een onderneming voor het niet naleven van deze verplichting zelfs kunnen worden veroordeeld tot een gevangenisstraf, aangezien het een zogeheten “economische delict” betreft. In de praktijk zal dit wel meevallen maar het is op zijn minst aan te raden om het KvK-nummer op de website te vermelden en ook op te nemen in de ondertekening van bijv. uitgaande e-mail.

In principe zijn bedrijven dus verplicht zich te identificeren conform art. 3:15d BW en de Handelsregisterwet. Maar hoe zit het nu bij het afsluiten van contracten?

Vereiste schriftelijke overeenkomsten
In veel gevallen is het niet nodig om een contract schriftelijk aan te gaan. In sommige gevallen dient een overeenkomst volgens de wet schriftelijk tot stand te komen, bijvoorbeeld in het geval van het kopen van een woning door particulier. Een van de vereisten waaraan conform artikel 227a boek 6 BW moet worden voldoen om een overeenkomst die schriftelijke tot stand dient te komen via e-mail te sluiten is het vereiste dat de partijen identificeerbaar moeten zijn. Dit komt er op neer dat je bij het sluiten van een overeenkomst wel moet weten met wie je zaken doet.

Aan dit vereiste kan worden voldaan door de overeenkomst te voorzien van digitale handtekeningen van partijen (artikelen 3:15a – 3:15c BW). Zie hiervoor ook mijn eerdere blog van 24 september 2010.

Bevoegd om op te treden?
Bijna even belangrijk is om te controleren dat de persoon met wie u concreet afspraken maakt ook bevoegd is te handelen namens contractspartij. Dit kan bij een bedrijf relatief eenvoudig via het handelsregister van de KvK en bij particulieren is het handig te verzoeken om een kopie van het identiteitsbewijs.

Uiteraard blijft degene met wie u de afspraken hebt gemaakt aansprakelijk voor zijn of haar handelen maar u loopt daarbij het risico dat deze partij geen verhaal biedt of zelfs helemaal niet op te sporen is.

Digitale Handtekening

Laatst ontving ik van een relatie de vraag in hoeverre een digitale handtekening via Adobe rechtsgeldig is.

Wet Elektronische Handtekeningen
Op 21 mei 2003 is de Wet Elektronische Handtekeningen in Nederland in werking getreden. Hierdoor is ook de elektronische handtekening rechtsgeldig. De definitie van de elektronische handtekening staat in art. 15a boek 3 BW : “Een elektronische handtekening heeft dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, indien de methode die daarbij is gebruikt voor authentificatie voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische gegevens werden gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval.”

Aangezien elektronisch handtekeningen diverse verschijningsvormen kennen is het ter beantwoording van de vraag welke versie in welk geval rechtsgeldig is afhankelijk van de omstandigheden en het doel waarvoor deze wordt gebruikt. In de basis is de vraag of de handtekening voldoende betrouwbaar is.

3 soorten elektronische handtekeningen
1. Ingescande handtekening
Deze variant wordt in de meeste gevallen niet aangeraden in verband met de eenvoudigheid tot kopiëren. Echter als deze voldoende betrouwbaar is, is deze rechtsgeldig. Bijvoorbeeld als het een handtekening onder een mail betreft.

2. Geavanceerde elektronische handtekening
Deze maakt gebruik van wiskundige technieken om een unieke code aan een bericht te koppelen. De unieke code wordt afgeleid uit het bericht zelf en uit de identiteit van de afzender. Daarmee is de code niet te gebruiken bij een vervalst bericht, zodat zo’n geavanceerde elektronische handtekening al snel als betrouwbaar en dus rechtsgeldig wordt gezien. In artikel 15a lid 2 boek 3 BW wordt namelijk aangegeven dat de handtekening betrouwbaar genoeg wordt geacht indien de handtekening voldoet aan de volgende vereisten:
* is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;
* maakt identificatie van de ondertekenaar mogelijk;
* komt tot stand met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden; en
* is op zodanige wijze aan het elektronisch bestand waarop de handtekening betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord.

3. Gekwalificeerde elektronische handtekening
Elektronische handtekening gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat en aangemaakt met een ‘veilig’ middel. Een dergelijk gekwalificeerd certificaat kan alleen door een erkende certificatiedienstverlener wordt uitgegeven. Erkenning en inschrijving van zulke dienstverleners gebeurt door de Autoriteit Consument & Markt.

De gekwalificeerde elektronische handtekening is in bewijsrechtelijk opzicht gelijk aan de handgeschreven handtekening: de rechtsgeldigheid wordt aangenomen. Als iemand beweert dat de handtekening “vals” is, moet dit worden bewezen door wederpartij.

Maar is dat nu werkelijk relevant?
Om te komen tot een rechtsgeldige overeenkomst is in de meeste gevallen helemaal geen getekende overeenkomst nodig. Er komen dagelijks vele mondelinge overeenkomsten tot stand. Afspraken worden in de meeste gevallen op schrift gesteld om later als bewijs te kunnen dienen. Dit bewijs wordt in principe als rechtsgeldig beschouwd op het moment dat de handtekening die daarop is vermeld rechtsgeldig is. Maar dat houdt zeker niet automatisch in dat het bewijs niet als rechtsgeldig wordt beschouwd indien een dergelijke handtekening ontbreekt. De noodzaak is dus lang niet altijd aanwezig want zelfs indien de ondertekenaar ten stelligste ontkent de papieren of rechtsgeldige elektronische handtekening gezet te hebben, moet eerst bewezen worden dat de handtekening echt is (art. 159 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Kortom
Het verdient voorkeur bij het gebruik van een digitale handtekening goed te kijken naar de omstandigheden en het doel waarvoor deze handtekening gebruikt wordt. Het gebruik van een digitale handtekening kan extra zekerheid bieden. Bij vragen neem contact op.

Social Media / werkgever – werknemer

Werkgevers – Werknemers
In een eerder kort bericht van 21 juni 2010 gaf ik aan dat werknemers van een organisatie rekening dienen te houden met de belangen van hun werkgever. Afgelopen week is het gebruik van social media door werknemers in het nieuws geweest. Zo was daar een column van advocaat Ter Haseborg in het Financieele dagblad. In deze column werd gepleit voor het beteugelen en beheersen van de vrijheid voor werknemers door de organisatie. Duidelijk een voorbeeld van de Legal Approach van social media richtlijnen, zie daarvoor ook een blog van Diana Russo: HR & Social Media: van experiment naar samenhangend plan.

Maar is een dergelijke strikte benadering nu noodzaak of wenselijk? Naar mijn idee zeer zeker niet.

Verschijningsvormen
Er zijn verschillende manieren waarop informatie via Social Media door werknemers wordt gedeeld en waarop het antwoord niet direct duidelijk is op basis van het arbeidscontract. Hieronder heb ik willekeurig enkele voorbeelden vermeld die ik zelf ben tegengekomen.
· werknemers die zich negatief uitlaten over hun werkgever via social media
· publicatie van bedrijfsgevoelige informatie door werknemers via twitter
· medewerkers in de detachering die aangeven waar ze zijn geplaatst en/of beschikbaar zijn (is dit gevoelige bedrijfsinformatie?)
· contacten op LinkedIn worden gezien als schending van relatiebeding
· foto’s van een uit de hand gelopen bedrijfsfeestje delen op hyves
· medewerker die in de privé sfeer en tijd publiceert over privé-aangelegenheden die wat dubieus van aard zijn.

De eerste 3 voorbeelden zijn duidelijk uitlatingen die werkgerelateerd zijn en waartegen in de meeste gevallen door een werkgever kan worden opgetreden op basis van het arbeidscontract, mits daarin duidelijk omschreven is wat valt onder bedrijfsgevoelige informatie waarvoor de geheimhoudingsverplichting geldt. De laatste 2 voorbeelden zijn juist activiteiten die zich volledig in de privé sfeer van personen afspelen en die toch consequenties zouden kunnen hebben in de werksfeer. Hoe daarmee om te gaan? Juist daarvoor zou een social media beleid (gedragsregels) interessant kunnen zijn.

Strikt beleid (Legal Approach)
Het is mijn overtuiging dat de hele strikte houding, zoals door Ter Haseborg bepleit, juist een averechts effect heeft. Medewerkers gaan zich wellicht verzetten tegen een dergelijke starre houding van werkgever. Misschien dat dat in deze tijd wordt geslikt door werknemers maar op het moment dat de situatie op de arbeidsmarkt verandert zullen dergelijke werknemers eerder openstaan voor nieuwe mogelijkheden.

Internetjurist Arnoud Engelfriet stelt in zijn blog het volgende waar ik het volledig mee eens kan zijn :

“Je bent als werknemer verplicht je als “goed werknemer” (art. 7:611 BW) te gedragen. Ook al staat iets dus niet expliciet in de wet, als een goed werknemer dat niet zo doen dan behoor jij dat ook niet te doen. Op zich zijn er dus dingen die je moet laten om dat je daarmee de belangen van je werkgever schendt.

Daar staat tegenover dat óók de werkgever zo’n plicht heeft: inderdaad, die moet goed werkgever zijn (zelfde artikel). Zó hard bovenop alle sociale media zitten, lijkt me niet in het belang van de werknemer – en daarmee indirect ook niet in het belang van de werkgever zelf.”

Vrij beleid (People Approach)
Juist organisaties die hun werknemers volledig de vrijheid geven zichzelf op social media te uiten (als een “goed werknemer” uiteraard) hebben, naar mijn idee, het meeste profijt van hun medewerkers. In de meeste gevallen zijn of worden zij ambassadeurs voor je bedrijf en aangezien strikte grenzen tussen functies vervagen leveren deze medewerkers ook automatisch een goede bijdrage aan de marketing van het bedrijf.

Wel werkt een dergelijk beleid in de meeste gevallen vooral bij de innovatieve bedrijven die hun medewerkers altijd al vrijheid gaven en daar goed mee om konden en kunnen gaan.

Gematigd beleid (Middle of the Road Approach)
Het is dus niet heel vreemd dat het merendeel van de organisaties het meeste baat zal hebben bij een gematigd beleid waarin wel vrijheid bestaat maar deze vrijheid door heldere gedragsregels wordt ingeperkt zodat de organisatie hiervan geen hinder ondervindt.

Het is nu eenmaal een feit dat gebruikers en toepassingen van social media exponentieel groeien terwijl de grens tussen privé en zakelijk steeds vager wordt. Organisaties zullen dus min of meer gedwongen worden om hier over na te denken en hun medewerkers duidelijk maken wat van hen wordt verwacht en natuurlijk ook wat voor soort uitingen juist niet wordt geaccepteerd.

Verkooptrucs

Deze morgen viel mijn oog op een artikel in het Eindhovens Dagblad over telefonische verkooptrucs. In opdracht van de consumentenbond hebben onderzoekers van de Universiteit van Nijmegen psychologische trucs op een rijtje gezet die telefonische verkopers vaak gebruiken om mensen over te halen “ja” te zeggen tegen het aanbod dat wordt gedaan.

Bel-me-niet register
De mogelijkheid bestaat om je als natuurlijke persoon (dat kan ook als eenmanszaak of vof) in te schrijven in het Bel-me-niet register. Vaste telefoonnummers en mobiele nummers die zijn opgegeven mogen vervolgens niet meer worden gebeld door bedrijven met een telefonisch aanbod. Als deze bedrijven toch contact opnemen dan kan een klacht worden ingediend bij Consuwijzer. Het is echter niet automatisch zo dat een eventueel “contract” automatisch niet geldig zou zijn wanneer een bedrijf zich niet houdt aan dit Bel-me-niet register.

Herkennen van trucs
Het zou dus erg handig zijn om de verkooptrucs te herkennen. Voor ondernemers gaat het vaak om naamsvermeldingen in ondernemersbladen, online (telefoon-)gidsen, handelsregisters etc.. In veel gevallen wordt aangegeven dat eerder een contract met het desbetreffende bedrijf zou zijn afgesloten. Vervolgens wordt vaak een fax gestuurd ter controle van de verstrekte gegevens.  Vervolgens wordt teruggebeld waarbij er door de verkoper op aan wordt gedrongen snel even een handtekening te zetten en terug te faxen. Pas later blijkt dat getekend is voor een opdrachtbevestiging.

“Ja” gezegd en dan…..
Vaak schamen mensen zich waardoor ze tot betaling van de vervolgens gestuurde facturen overgaan. Echter zelfs de meest kritische consumenten zijn niet immuun voor dit soort trucs en ga dus in principe nooit zomaar over tot betaling van facturen. De “overeenkomst” is vaak tot stand gekomen zonder de vereiste wilsovereenstemming en/of op basis van dwaling en bedrog door de verkeerde voorstelling van zaken. Vaak zijn er voldoende aanknopingspunten om de overeenkomst te vernietigen.

Steunpunt Acquisitiefraude
Aan te raden is om de zaak te melden bij het Steunpunt Acquisitiefraude http://www.fraudemeldpunt.nl. Zij kunnen eventueel ook juridisch tot actie overgaan maar het is natuurlijk ook altijd mogelijk zelf een gepeperde reactie te (laten) sturen.

Het advies is vooral NIET overgaan tot betaling van facturen. De ervaring leert namelijk dat malafide bedrijven weliswaar zeer dwingend (blijven) herinneren, soms zelfs met inschakeling van een deurwaarder, maar daadwerkelijk een juridische procedure opstarten wordt in de meeste gevallen niet gedaan. Soms heeft de deurwaarder zelfs (in)direct banden met het desbetreffende bedrijf.

Laat u dus niet van de wijs brengen door bedrijven die trucs nodig hebben om u iets te verkopen. Hopelijk heeft ook dit artikel daar een beetje aan bijgedragen.

Marketing

We kunnen er niet allemaal net zo goed in zijn als Bavaria maar alle ondernemers zullen iets aan marketing moeten doen om te blijven bestaan of te groeien. Steeds vaker worden er, om klanten aan te trekken, prijzen weggegeven door ondernemers ter promotie van hun dienst of product. Ik zie daarbij ook best vaak kraskaarten voorbij komen waarbij je als ontvanger “altijd prijs” hebt.

Mijn opticien stuurde met afgelopen week zo’n kraskaart. Toen ik 2 vakjes open kraste zag ik dat ik een gratis brilspray had gewonnen. Ik natuurlijk blij en naar de winkel (ik had toevallig ook net een nieuwe bril gekocht).

Promotionele kansspelen
Dit soort acties vallen onder de regelgeving van promotionele kansspelen. Een promotioneel kansspel is het, bij wijze van promotie, geven van gelegenheid om mee te dingen naar prijzen. Promotionele kansspelen mogen uitsluitend ter promotie van een product, dienst of organisatie dienen. Als aanbieder mag je maximaal éénmaal per jaar per product, dienst of organisatie een promotioneel kansspel aanbieden.

Gedragscode Promotionele Kansspelen
Nu bestaat er een Gedragscode Promotionele Kansspelen waarin de voorwaarden worden geregeld. De aanwijzing van de winnaars moet door enige kansbepaling gebeuren waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen. De totale economische waarde van de beschikbaar gestelde prijzen of premies per promotioneel kansspel bedraagt maximaal € 100.000,- per jaar. Er dienen algemene spelvoorwaarden te worden opgesteld.

De aanwijzing van winnaars dient op onpartijdige wijze te geschieden. Op meerdere manieren kan het begrip ‘op onpartijdige wijze’ worden ingevuld bij het toekennen van prijzen door:
a. een notaris;
b. een gerechtsdeurwaarder;
c. een persoon die geen direct belang heeft bij de aanbieder of het aangeboden spel;
d. een instrument (bijvoorbeeld een computer) dat op onpartijdige wijze tot aanwijzing van winnaars kan komen.

Gebruik krasloten
Bij een dergelijk promotioneel kansspel is het echter niet toegestaan gebruik te maken van krasloten. Op grond van artikel 14a en 14b van de Wet op de Kansspelen is slechts één rechtspersoon aangewezen om een instantloterij (krasloterij) te organiseren, te weten de Stichting Nationale Sporttotalisator. Deze stichting organiseert De Krasloterij.

Een kraslot kenmerkt zich doordat de prijsbepaling wordt gehouden voorafgaand aan de uitgifte van de deelnamebewijzen, waarbij direct (na het openkrassen) te zien is wat gewonnen is.

Zijn er nog wel mogelijkheden?
Het is toegestaan om gebruik te maken van een kraskaart waarbij daarna nog een winnaar wordt gekozen. Je krijgt bijvoorbeeld een code zichtbaar waarmee op een internetsite kan worden gecheckt of iets gewonnen is (waarbij de computer at random een winnaar bepaalt). Of bij een aantal kraskaarten zou na het openkrassen worden aangegeven dat men kans maakt op een prijs en zich daarvoor dient aan te melden op een site (evt nieuwsbrief) waarna door een onpartijdig persoon op een later tijdstip prijzen worden weggegeven. Ook kun je de mensen (die na het wegkrassen kans maken op een van de prijzen) op een bepaald tijdstip bij elkaar laten komen waar vervolgens ter plekke de prijzen worden getrokken.

Ook al is het niet zonder meer mogelijk om een kraskaart te verstrekken waarbij het na het openkrassen van het vakje direct duidelijk is of, en welke,  prijs is gewonnen dan nog zijn er, met een paar aanpassingen, altijd nog vele varianten mogelijk om een dergelijke actie tot een succes te maken.

Waarom zou je algemene voorwaarden gebruiken?

De meeste bedrijven in de zakelijke dienstverlening hebben algemene voorwaarden op laten stellen. Het doel van deze algemene voorwaarden is meestal om deze voorwaarden op alle overeenkomsten die worden afgesloten van toepassing te laten zijn zodat je niet telkens over alle details (opnieuw) moet onderhandelen. Algemene voorwaarden kunnen dus veel tijd en moeite besparen.

Zijn algemene voorwaarden noodzakelijk?
Het antwoord op deze vraag is kort: nee, algemene voorwaarden zijn niet noodzakelijk om je bedrijf uit te oefenen.

Realiseer je dan echter wel goed in hoeverre je bijvoorbeeld aansprakelijkheidsrisico’s loopt. Je zou het hanteren van algemene voorwaarden kunnen vergelijken met het afsluiten van een verzekering. Vaak is dit niet verplicht en in de meeste gevallen is de kans dat er iets gebeurt klein maar als er iets gebeurt kan dit verstrekkende gevolgen hebben. Mijn advies is dan ook weeg de risico’s zorgvuldig af.

Het gebruik van algemene voorwaarden heeft de volgende voordelen :

  • duidelijkheid offerte, tot stand komen overeenkomst
  • beperken aansprakelijkheid
  • afspraken (op)levertermijnen
  • betalingsvoorwaarden duidelijk
  • professionele uitstraling

Algemene voorwaarden en dan?
De algemene voorwaarden dienen van toepassing te worden verklaard. Voorafgaand of uiterlijk bij het aangaan van de overeenkomst dienen deze voorwaarden aan opdrachtgever ter hand te worden gesteld (=informatieplicht). Ter informatie kunnen ze dus bijv. op je website te downloaden zijn en in de folder/ correspondentie kan er naar verwezen worden echter voordat je voor het sluiten van de overeenkomst dien je de voorwaarden te hebben verstrekt en hiervan dien je een administratie bij te houden.

In diverse branches merk ik dat voornamelijk zzp-ers hun klanten liever niet al te zakelijk benaderen. Mijn ervaring is echter dat het verstrekken van duidelijkheid voor beide partijen als prettig wordt ervaren. Wel zou ik algemene voorwaarden op (laten) stellen die aansluiten bij de manier van zakendoen die je als bedrijf hanteert. Telkens merk ik dat het nadenken over algemene voorwaarden ook weer stof tot nadenken geeft over de verbeteringen die je als bedrijf evt. kunt doorvoeren zodat je later niet voor verrassingen komt te staan.

Social Media

Wie maakt tegenwoordig geen gebruik van social media (Hyves, LinkedIn, Twitter)? Je hebt de uitgebreide blogs waarin hele artikelen worden geschreven maar op, o.a., Hyves, LinkedIn en Twitter worden mini-blogs geschreven (op twitter in 140 tekens). Bloggen in welke vorm dan ook wordt steeds populairder.

Dit heeft ook juridisch enkele consequenties, denk hierbij aan de volgende :

  1. Aansprakelijkheid voor je eigen blog.
    1. inbreuk op (auteurs)rechten van anderen
    2. smaad / laster / discriminatie / belediging
    3. openbaar maken vertrouwelijke info
  2. Aansprakelijkheid voor reacties van anderen.
    1. evt. reacties controleren en verwijderen
    2. disclaimer werkt slechts tov mensen die berichten plaatsen (na bijv registratie)
    3. voorzichtig met aanpassen reacties van derden; stel duidelijke “regels” op
  3. Anoniem bloggen niet de oplossing. Je bent op te sporen via je provider (die is verplicht gegevens door te geven).
  4. Positief : je hebt natuurlijk ook zelf (auteurs)rechten op je blog. Waarbij je kunt overwegen een CC licentie te verstrekken om bijvoorbeeld herpublicatie van de informatie toe te staan maar wel onder bepaalde voorwaarden. Zie voor meer informatie http://creativecommons.nl/licenties/uitleg/
  5. Medewerkers van een organisatie dienen rekening te houden met de belangen van de werkgever (zie ook onder 1). Voor de werkgever : denk aan een social media beleid (gedragsregels) waarbij een koppeling met HR beleid noodzakelijk is. Hierin dient duidelijk te worden vastgelegd wat je als werkgever al dan niet toestaat omtrent privé gebruik van internet onder werktijd. Maar hoe zit het met de tijd na werktijd? Als werkgever zul je graag willen voorkomen dat je medewerkers zich negatief uitlaten over het bedrijf en als detacheerder zul je wellicht niet willen dat duidelijk is dat medewerkers geen opdrachten hebben of waar ze geplaatst zijn. Is het mogelijk om dit te verbieden? Een deel zal wellicht door de arbeidsovereenkomst worden ondervangen maar bij voorkeur zou dit ook in de gedragsregels dienen te worden meegenomen.

Ben je dus bewust van de risico’s en gebruik social media op een verstandige manier zodat iedereen er profijt van kan hebben.

Webwinkel : vereisten Wet Koop of Afstand

Onderstaand volgen in het kort de vereisten die de wet Koop of Afstand stelt aan het tot stand komen van een geldige overeenkomst. Het verdient de voorkeur hiermee rekening te houden tijdens het bouwen van een website voor een dergelijke webwinkel.

  1. Toon alle stappen in het bestelproces duidelijk en geef daarbij de mogelijkheid vooruit te kijken.
  2. Alle gegevens van de bestelling (zowel de producten/artikelen als de identiteit en het adres van de verkoper etc.) dienen te worden getoond in het totaaloverzicht en bij voorkeur ook tijdens de afzonderlijke stappen.
  3. Herroeping / bedenktermijn binnen 7 werkdagen door klant.
  4. Neem de Algemene Voorwaarden mee in het bestelproces en denk hierbij aan het volgende:
  • algemene voorwaarden gelden alleen als ze vooraf worden aangeboden
  • bij elektronische handel dienen de voorwaarden op te slaan te zijn in PDF of vergelijkbaar formaat
  • het pas meesturen van de voorwaarden bij de orderbevestiging is te laat om ze van toepassing te laten zijn

Even voorstellen

Over mij

Ik ben Wilma van de Meerakker en sinds september 2009 zelfstandig onderneemster binnen LegalTech, getrouwd en moeder van 2 prachtige, actieve jongens van 8 en 10. Met ons gezin wonen we in Heeze, de parel van Brabant en het dorp met de Brabantse dag die op de laatste zondag van augustus door de straten trekt en waarbij we actief betrokken zijn.

Ik ben rechten gaan studeren omdat (juridische) afspraken het fundament zijn van hoe wij als mensen in de maatschappij met elkaar omgaan waarbij ik ervan uitging dat de basis altijd eerlijk en rechtvaardig was. Al snel kwam ik er achter dat de wereld toch iets ingewikkelder in elkaar zit maar dat je met kennis op het juridisch gebied wel degelijk iets kunt betekenen voor mensen. Ik ben afgestudeerd in ICT&recht toen internet net in opkomst was. Sindsdien is er veel veranderd. De afgelopen 12 jaar heb ik als juriste bij een octrooibureau gewerkt waar ik heb meegebouwd aan de groei van de organisatie. Daarbij heb ik me vooral bezig gehouden met de juridische aspecten van het intellectuele eigendomsrecht (auteursrechten, merken, modellen, octrooirecht).

LegalTech

Na een coachingstraject ben ik in 2009 actief met LegalTech aan de slag gegaan. Tijdens dit traject kwam vrijheid naar voren als kernwaarde. Ook werd duidelijk dat ik daadwerkelijk klantgericht kwaliteit en service wil bieden op basis van mijn expertise. De keuze om als zelfstandige aan de slag te gaan was niet moeilijk. LegalTech staat voor eerlijk, open en persoonlijk juridisch advies op het gebied van Intellectueel Eigendom en ICT. Het is mijn passie organisaties die emotie, zakelijkheid en authenticiteit als waarden respecteren met mijn kennis en ervaring verder te helpen zodat zij kunnen groeien. LegalTech helpt innovatieve MKB-ers de juiste stappen te zetten om zo optimaal mogelijk te profiteren van hun eigen ideeën en (creatieve) ontwikkelingen.

Eerlijk open en persoonlijk staat bij LegalTech voor :

  • oprechte aandacht voor de klant
  • meedenken en eerlijk adviseren of juridische actie noodzakelijk is
  • doen wat wordt beloofd
  • helderheid en transparantie vooraf omtrent kosten.

Tipje van de sluier

Ik kijk er naar uit om jullie in de komende blogs te wijzen op juridische punten waar je misschien wel, maar misschien ook nog helemaal niet bij stil hebt gestaan. Denk bijvoorbeeld aan de voordelen van het hanteren van algemene voorwaarden, vereisten voor een webwinkel, de vraag ‘Kan ik iets met mijn auteursrecht?’, de grenzen van marketingacties, en bijvoorbeeld ook informatie over de juridische kanten van samenwerking tussen zzp-ers. Mochten er punten zijn die jullie graag toegelicht zouden zien dan hoor ik die graag.